Drinken uit de Levensbron (Spreuken 14:27) Drinken uit de Levensbron (Spreuken 14:27)
 Als wij ons aan zulk fris water laven, kunnen we tegelijk denken aan bovenstaande tekst. Zoals dit water mij verfrist, zo kan mijn leven(sdorst) verkwikt worden door de vreze des HEEREN. Vrees is een woord met twee kanten. In Genesis 3 zegt Adam: ‘Ik hoorde Uw stem in de hof, en ik vreesde’. Adam heeft voor het eerst in de geschiedenis van ons menselijk bestaan de grens overschreden die God gezet heeft als een heilzame markering tussen God en mens. De grens waarbinnen wij mensen werkelijk in vrijheid konden leven. Nu deze beslissende grens is overschreden, is de mens bang geworden. Vrezen is: besef hebben van de afstand/kloof die er gekomen is tussen God en mens. Het spreekt nooit meer vanzelf dat wij omgang kunnen hebben met God, de Levensbron. Als hier iets vanzelfsprekend is, dan is het dat ons leven door ons zondig gedoe aan de verdorring is prijs gegeven. Maar de vreze des HEEREN weet ook van nabijheid. God komt de afstand/kloof overbruggen. In zijn genade komt God ons nabij: vrees niet, Ik ben het, je Ontfermer. Daarom heeft de vreze des HEEREN ook de notie van: respect, hoogachting in zich. Of nog liever gezegd, het is: liefdevol respect en respectvolle liefde voor de HEERE. Luther omschrijft de vreze des HEEREN als: vàn God tót God vluchten. Adam in het verloren gegane paradijs zegt tot God: kom naar niet (dichterbij), want ik ben bang voor U. De Geest en de Bruid in het laatste bijbelboek zeggen: Kom haastig, want ik verlang/dorst naar U. Die beide elementen zitten in de vreze des HEEREN. En de vreze des HEEREN schiet wortel in ons leven, als God met zijn spreken in Christus ons leven binnenkomt. Dat spreken is ontzag-wekkend. En is het ook niet ontzagwekkend dat de Zoon van God vlees is geworden van ons vlees, omdat wij wij vleselijk zijn geworden, verkocht onder de zonde? Valt onze mond bij de Evangelie nog wel eens open van pure verwondering? De vreze des HEEREN brengt ook honger en dorst met zich mee naar het Woord van onze God. Een Levensbron, dat is de vreze des HEEREN. Een levenshouding ook om af te wijken van de strikken van de dood. Met de vreze des HEEREN staat of valt dus alles. De dood/zonde werkt net als een stroper met strikken om mensen erin te vangen en om te brengen. De dood komt altijd met de strik van de zonde. Als je de weg van de zonde bewandelt, betreed je een mijnenveld. Levensgevaarlijk, dodelijk zelfs. Beter is het om te wandelen op de weg van de vreze des HEEREN. Als je leeft vanuit een dagelijkse omgang met de Heere, zul je vreselijk veel van Hem gaan houden. Want Hij is zo onuitsprekelijk goed voor een zondig mens. De vreze des HEEREN doet ons leven uit God, als de Levensbron. Als je uit deze bron drinkt, zul je naar Jezus’ belofte nooit van dorst omkomen. Integendeel; Jezus zegt: dat dat water dan in je wordt als een fontein waaruit eeuwig leven voorkomt. Stromen van levend/fris water zullen uit je binnenste vloeien, zegt Hij (Joh4:14). Het geheim van deze tekst is de Geest van Christus. De Geest die we mogen bidden om elke dag geleid te worden in de waarheid. Weg van strikken van de dood, van de zonde. En dagelijks geleid worden naar de Levensbron, om onze levensdorst wonderlijk te mogen lessen.
terug